Leerlingen voeren onderzoek uit naar een fictieve misdaad, met proefjes rond bodem, haar, vingerafdrukken en witte poeders. Ze leren hypotheses opstellen en bijstellen o.b.v. onderzoeksresultaten. In het ‘crime scene’-lokaal, doorlopen ze verschillende onderdelen. Tot slot presenteren ze hun bevindingen, vergelijken resultaten en bepalen samen wie de dader is op basis van bewijs en redenering.